Ruim zes jaar werkt ze bij Reclassering Nederland. In totaal dertien jaar in het veld van toezicht en begeleiding. Ze begon in de verslavingsreclassering, liep stage als toezichthouder en werkte daarna met jongeren en jongvolwassenen tussen de 18 en 30 jaar. Een doelgroep die vaak precies tussen systemen in valt.

“Als reclasseringswerker ben je in principe de brug tussen justitie en zorg,” legt ze uit. “Je werkt in opdracht van het Openbaar Ministerie en JJI, maar je kijkt altijd: wat heeft iemand nodig om verder te kunnen? Welk profiel, welke zorg past en welke plek?”

Tussen wal en schip

Een groot deel van haar werk draait om jongeren met een PIJ-maatregel (jeugd-tbs in de volksmond). Jongeren die na jaren in een Justitiële Jeugdinrichting terugkeren naar de maatschappij, maar daar vaak niet op zijn ingericht.

“Ze vallen regelmatig tussen wal en schip. De financiering loopt via de gemeente en jeugdhulp, terwijl het vaak gaat om forensische jongvolwassenen met complexe problematiek. Jeugdhulp is pedagogisch ingericht, maar deze jongeren hebben vaak een agogische benadering nodig. Dat maakt plaatsen lastig.”

Juist daar ziet zij de meerwaarde van maatwerk. “Je kunt niet standaard denken. Deze doelgroep vraagt iets anders, iets specifieks.”

De weg naar dit werk

Zelf had ze nooit gedacht in dit vak terecht te komen. “Ik hield niet van school, wilde de creatieve kant op. Dat lukte destijds niet. Ik heb MBO Hotelschool gedaan, in de horeca gewerkt en uiteindelijk toch HBO gevolgd, geïnspireerd door iemand in mijn omgeving die maatschappelijk werk deed. Tijdens mijn stage kwam ik in aanraking met de verslavingsreclassering. Ik had nog geen idee wat dat inhield, maar het greep me.”

Ze specialiseerde zich steeds verder: dak- en thuislozen, mensen in klinieken en uiteindelijk jongeren. “Wat mij energie geeft, is het directe contact. Binnen een veilige setting samen werken aan het inrichten van een leven buiten de muren van de Justitiële Jeugdinrichting. Deze doelgroep is ontzettend complex, maar juist daarom is elke stap die iemand zet betekenisvol.”

Balans houden

Als reclasseringswerker ben je voortdurend bezig met balanceren. “Je motiveert, moedigt aan, maar corrigeert ook. Dat vraagt continu afstemmen. Ik weet dat ik geen perfecte burgers ‘aflever’, maar ik zie groei. En dat is de meerwaarde van dit werk.”

Soms duurt die betrokkenheid jaren. “We hebben dossiers waarin we vier jaar of langer betrokken zijn. Een reclasseringstoezicht kan op een gegeven moment stoppen, maar de zorg nog niet. Dan begint het ingewikkelde deel: financiering rond krijgen, voorkomen dat iemand op straat belandt. Dat zorgt voor spanning, zeker voor jongeren die al zoveel onzekerheid kennen.”

Samenwerking met Eigen Kracht Jeugd

Via een collega kwam ze voor het eerst in contact met Eigen Kracht Jeugd. “Ik begeleidde een jongen die Virgil al kende. Hij ging resocialiseren en we zochten een passende plek. Wat doorslaggevend was: Eigen Kracht Jeugd begreep zijn delictverleden én de context. Hij was wantrouwend. Dit voelde voor hem veilig. En hij maakte zelf de keuze voor EKJ.”

In de praktijk ziet ze een samenwerking die aansluit. “Zeker voor de PIJ-doelgroep snappen zij wat nodig is. Ze sluiten aan bij de levensfase én de problematiek. Er zit veel agogische begeleiding in, aangevuld met pedagogisch waar nodig. Dat maatwerk is essentieel.”

Wat ze vooral waardeert, is de cultuursensitiviteit. “Die zie je niet overal. Hier wordt echt gekeken naar wie iemand is en dat is wat jongeren nodig hebben.”

Patronen en uitdagingen

Een terugkerende uitdaging ziet ze bij het toepassen van wat jongeren binnen de muren hebben geleerd. “In de JJI leren ze vaardigheden, maar buiten moeten ze die ineens zelf inzetten. Oude patronen liggen op de loer. Terugval gebeurt. Wat wij doen, samen met organisaties als Eigen Kracht Jeugd, is blijven steunen en trainen: hoe los je dingen anders op dan vroeger?”

Het pad is zelden recht. “Het gaat met vallen en opstaan. Het is een pittige weg.”

Kritische blik vooruit

Ze is duidelijk over wat beter kan. “Ik zou willen dat de financiering niet via gemeenten loopt, maar via het ministerie. Dit is forensische zorg, geen reguliere zorg. Dat vraagt om andere kaders en meer continuïteit.”

Tegelijk ziet ze waarom ze juist naar Eigen Kracht Jeugd verwijst. “Het is kleinschalig, er is aandacht, expertise. Deze jongeren hebben dat nodig om te groeien richting zelfstandigheid en volwassenheid.”

En die groei ziet ze. “Je ziet iemand veranderen. Meer verantwoordelijkheid nemen. Zich ontwikkelen. Dat is waarom je dit werk doet.”